Lezing van de dag

Donderdag, 29 Juni 2017 : Uit de Handelingen der apostelen 12,1-11.

In die dagen legde koning Herodes de hand op enkele leden van de Kerk om hen te mishandelen. Jakobus, de broer van Johannes, liet hij met het zwaard ter dood brengen. Omdat hij bemerkte dat dit de Joden aangenaam was, liet hij ook nog Petrus gevangen nemen. Het was juist in de dagen van het ongedesemde brood. Toen hij hem in handen had gekregen, wierp hij hem in de gevangenis en liet hem bewaken door vier groepen soldaten, elk van vier man. Het was zijn bedoeling Petrus na het paasfeest voor het volk te leiden. Terwijl Petrus in de gevangenis zat, werd door de Kerk vurig voor hem tot God gebeden. In de nacht voordat Herodes hem wilde laten voorleiden, lag Petrus met twee kettingen vastgebonden te slapen tussen twee soldaten, terwijl ook voor de poort van de gevangenis wacht werd gehouden. Opeens stond een engel des Heren bij hem en was de cel hel verlicht. Hij stootte Petrus in de zij, wekte hem en sprak: 'Sta vlug op.' Meteen vielen de kettingen van zijn handen. Vervolgens zei de engel: 'Doe uw gordel om en bind uw sandalen onder.' Petrus deed het. De engel hernam: 'Sla uw mantel om en volg mij.' Hij ging mee naar buiten zonder nog te beseffen dat het werkelijk­heid was wat de engel deed; hij meende een visioen te zien. Zij passeer­den de eerste en de tweede wacht en kwamen aan de ijzeren poort die toegang gaf tot de stad; deze ging vanzelf voor hen open. Zij traden naar buiten, liepen een straat ver en eensklaps was de engel verdwenen. Toen kwam Petrus tot zichzelf en zei: 'Nu weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden en mij heeft ontrukt aan de macht van Herodes en alles wat het volk der Joden ver­wachtte.'

 


 

Donderdag, 29 Juni 2017 : Psalmen 34(33),2-3.4-5.6-7.8-9.

De Heer zal ik prijzen iedere dag, zijn lof ligt mij steeds op de lippen. Mijn geest is fier op de gunst van de Heer, laat elk die het hoort zich verheugen. Verheerlijkt de Heer te zamen met mij en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren. Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde. Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig, want Hij stelt u niet teleur. Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer en redt hen uit hun ellende. De engel van God legt een schans om hen heen, om elk die God vreest te beschermen. Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is, gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

 


 

Donderdag, 29 Juni 2017 : Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 4,6-8.17-18.

Dierbare, wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst. Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen. En ik werd verlost uit de muil van de leeuw. Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven om mijn ambt als prediker van het evangelie ten einde toe te vervullen, zodat alle volken ervan horen. En de Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen! Amen.

 


 

Donderdag, 29 Juni 2017 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 16,13-19.

In die tijd toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlin­gen deze vraag: 'Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensen­zoon?' Zij antwoord­den: 'Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.' 'Maar gij', sprak Hij tot hen, 'wie zegt gij dat Ik ben?' Simon Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' Jezus hernam: 'Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is. Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steen­rots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldi­gen. Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen en wat gij zult binden op aarde, zal ook in de hemel gebonden zijn en wat gij zult ontbinden op aarde, zal ook in de hemel ontbonden zijn.'

 


 

Donderdag, 29 Juni 2017 : Commentaar H. Bernardus van Clairvaux

      Mijn broeders en zusters, het is terecht dat de Kerk deze wijze woorden toepast op de apostelen Petrus en Paulus: "Maar de eersten waren barmhartig, hun rechtvaardigheid werd niet vergeten. Hun naam blijft met hun nageslacht, hun nakomelingen zijn hun goede erfenis" (Jezus Sirach 44,10-11). Ja, men kan ze wel barmhartige mensen noemen: omdat ze de barmhartigheid hebben ontvangen, omdat ze vol waren van barmhartigheid, en omdat God ze aan ons heeft gegeven vanuit zijn barmhartigheid.       Zie immers welke barmhartigheid ze hebben gekregen. Als u Paulus hierover ondervraagt, zal hij u dit zelf zeggen: "Hoewel ik Hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt, heeft Hij zich toch over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed" (1Tm 1,13). Immers wie kent niet al het kwaad dat hij de christenen in Jeruzalem heeft aangedaan... en zelfs in heel Judea?... Wat Petrus betreft, heb ik u iets anders te vertellen, maar iets wat nog bijzonderder is, omdat het uniek is. Als Paulus immers gezondigd heeft, heeft hij dat gedaan uit onwetendheid, want hij geloofde niet; Petrus daarentegen had zijn ogen wijd open op het moment van zijn val (Mt 26,69v). Maar "waar de zonde toenam, werd ook de genade steeds overvloediger" (Rm 5,20)... Als Petrus zich heeft weten op te werken naar een dergelijke graad van heiligheid na zo diep te zijn gevallen, wie zal dan nog kunnen wanhopen, als hij ook van zijn zonden verlost wil worden? Merk op wat het Evangelie zegt: "Hij ging naar buiten en weende bitter" (v.75)...       U hebt gehoord wat voor een barmhartigheid de apostelen hebben ontvangen, en voortaan zal niemand onder u meer belast zijn met fouten uit het verleden dan nodig is... Als u hebt gezondigd, heeft Paulus dan niet nog meer gezondigd? Als u gevallen bent, is Petrus dan niet dieper gevallen dan u? Welnu, zowel de een als de ander heeft berouw gehad, ze hebben niet alleen de redding verkregen, maar ook zijn zij grote heiligen geworden, ze zijn zelfs vertegenwoordigers van het heil geworden, meesters van de heiligheid. Doe dus evenzo, mijn broeder en zuster, want voor u noemt de Schrift ze "mensen van barmhartigheid".